Winteroogst begint in september en oktober. Gewassen moeten voor de kortste dagen voldoende blad of wortelmassa opbouwen, want vanaf november groeit vrijwel alles veel trager.

Kies gewassen die tegen korte dagen kunnen
Niet elke herfstzaai is zinvol. Kies vooral soorten die in koele omstandigheden nog kiemen en tegen lichte vorst kunnen.
Geschikte winterteelten zijn:
- Veldsla
- Winterpostelein
- Spinazie
- Rucola
- Mosterdblad en andere snelle bladgewassen
- Knoflook als plantteelt
Zaai dun en houd plantafstand aan
In de herfst blijft blad langer nat en is luchtcirculatie belangrijk. Zaai daarom niet te dicht en dun kleine bladgewassen op tijd uit. Zo beperk je schimmel en krijgen planten meer licht in de donkere maanden.
Gebruik lichte bescherming tegen regen en wind
Jonge herfstteelten hebben vooral last van slagregen, natte wind en temperatuursprongen. Daarvoor is vaak al een eenvoudige bescherming genoeg:
- Vliesdoek tegen wind en lichte nachtvorst
- Een tunnel of koude bak tegen overmatige regen
- Een mulchlaag naast de rij om opspattende modder te beperken

Zorg wel dat bescherming ventileerbaar blijft. Natte stilstaande lucht geeft juist meer schimmel.
Maak aparte bedden vrij voor winterproductie
Winterteelt werkt beter in bedden die je vooraf vrijmaakt. Haal zomerteelten weg die hun productie hebben gehad en kies plekken waar wintergroenten voldoende licht krijgen. Teelt die ergens tussendoor staat levert meestal minder op en is moeilijker te beschermen.
Knoflook vraagt een ander schema dan bladgewassen
Knoflook zaai je niet, maar plant je als teen in de herfst. Gebruik stevige tenen, plant ze met de punt omhoog en houd voldoende afstand. Ze vormen in de winter wortels en groeien in het voorjaar snel door.
Weet wanneer je beter stopt
Wie te laat zaait, krijgt vaak planten die wel kiemen maar voor de winter te klein blijven. Gebruik bij twijfel liever kas, tunnel of wacht op het vroege voorjaar. Winterteelt lukt vooral door de juiste gewassen op tijd te zaaien of te planten.